BARDIENST

Een typische woensdag in oktober, iets voor half negen in de ochtend. Het regent en de daklozen van het Koffiehuis staan al even te wachten, onder het afdakje naast de yogastudio aan de Korte Prinsengracht. ‘Is het al tijd?’ horen we hen in verschillende talen aan elkaar vragen. De vrijwilliger die moet komen om de voordeur open te doen, is de enige met een sleutel in bezit. En achter die deur wacht hete koffie, een schoon paar sokken misschien.

Vandaag komt Minh de deur opendoen. ‘Het eerste wat ik dan altijd doe, is koffiezetten,’ vertelt hij ons. Officieel kunnen nu alleen de veegploegmannen hun koffie nog bij hem bestellen. Voor andere vaste klanten van het Koffiehuis is de deur – is het Koffiehuis zelf – nog altijd dicht. ‘Maar er komt nog weleens iemand anders langs, om te vragen om een kopje koffie,’ licht Minh toe. ‘Iemand die hier normaal komt, maar nu niet meer naar binnen kan. Als ze het dan maar buiten opdrinken, dan vind ik het goed. Dan geef ik ze meestal wel een bekertje mee.’

Hij wijst ons op een instructiebriefje dat is opgehangen aan de muur bij de bar: ‘Na de koffie ga ik brood en lekkers halen bij Kaasland, aan de overkant.’ We lezen zelf vast verder: ‘Alle deuren en klinken schoonmaken. Bagage van de veegploegdeelnemers in een vuilniszak doen, hun namen erop zetten.’ Coördinator Karin heeft het coronaprotocol stap voor stap uitgestippeld, en zó opgehangen, dat in een oogopslag te zien is wat er hoe laat moet gebeuren.

‘En als ik tussendoor even tijd heb,’ stippelt Minh het ochtendprogramma verder voor ons uit, ‘dan loop ik meteen even naar de overkant om melk te kopen, of wat boodschappen te halen voor de lunch…’ – hij pauzeert even, lijkt zich iets te herinneren: ‘Vanochtend was ik er nog maar net, stond er al een man druk te gebaren voor het raam. Een paraplu had-ie nodig. De kledingwinkel was nog dicht, maar ik vroeg John, onze winkelmanager, toch even of we niet toevallig iets hadden liggen. Dat bleek van niet en de man werd boos. “Why you don’t have it?” schreeuwde hij. “Ik kan wel een kopje koffie voor je maken als je wil?” probeerde ik hem gerust te stellen, maar er was geen beginnen aan. “Fuck you!” schreeuwde hij terug. “I’ll wait for you outside!”.’

‘Maar meestal zijn de mensen hier heel lief hoor,’ zegt Minh er meteen met een glimlach bij. ‘Als ze al boos of agressief zijn, dan komt dat vaak gewoon door de drank, of de drugs…’ – een combinatie van psychische problemen en middelengebruik zit de beschaafde omgangsvormen hier nogal eens in de weg, zo is zijn ervaring ook wel te omschrijven. En dat heeft-ie, krap 23 jaar, snel geleerd.

Minh groeide op in Jena, Oost-Duitsland, en besloot na zijn middelbareschooltijd naar Amsterdam te verhuizen. Hij leerde Nederlands en schrijft op dit moment zijn bachelorscriptie in de Literatuur. Minh werkte nooit eerder met daklozen, niet als hulpverlener überhaupt. Hij liep gewoon door de Haarlemmerstraat, zag op de etalage van nummer 146 een briefje hangen met ‘Vrijwilligers gezocht’ en besloot meteen naar binnen te lopen. Koffiehuisbaas Roel werkte toevallig op kantoor, en zo was een keer meelopen snel geregeld. Na een paar diensten meedraaien met meer ervaren medewerkers, regelt hij de boel hier nu zelfstandig, voor een dagdeel of twee per week.

Minh groeide op in Oost-Duitsland en staat nu achter de bar in het Koffiehuis

Een buurtbewoonster belt: 'Kan er kleding worden opgehaald?'

Alleen de veenploegleiders mogen nog binnenkomen

De mannen van de veegploeg verdienen 7 euro per dienst

Eten wordt nu uitgewisseld in het portiek

Minh voor de etalage van het Koffiehuis

Minh was pas net begonnen, toen Roel bij hem kwam met een bijzonder verzoek. ‘Het was al lang nacht – een uur twee, drie volgens mij – toen hij me belde. “John is erg ziek,” vertelde hij me. “In ieder geval: dat denken we. Kun jij er nu heen? Hij is in de kledingwinkel en er is verder niemand met een sleutel in de buurt”. Ik ben meteen gegaan, en in de winkel zag ik John liggen. Gelukkig lag hij gewoon lag te slapen. Hij moest wel meteen naar het ziekenhuis, maar nu gaat het alweer een stuk beter. Hij voelt zich alweer goed genoeg om de winkel te openen.’

‘Minh! Goeiemiddag!’ Zo komt veegploegleider Mourad alweer binnenstuiven, een dienblad met lege plastic bekertjes op zijn arm. ‘Vijf met melk en suiker en twee zwart zonder suiker. Alsjeblieft!’ Minh schenkt alle bekertjes vol en het dienblad gaat meteen naar buiten: op de stoep voor de deur houden de mannen van de veegploeg hun pauze.

‘En hebben jullie het al gehoord?’ vraagt Mourad ons binnen. Olaf en Ronald, de andere veegploegleiders, zijn achter hem aan komen wandelen en we praten inmiddels in het rond. ‘De Somalische man is overleden. Overreden door een tram. Was op AT5 gisteren.’ – ‘Jezus, wie was dat dan?’ vraag ik. Olaf, Ronald, John, Mourad: ze kenden hem allemaal. ‘Twee dagen geleden ben ik hem nog tegengekomen,’ zegt Olaf. ‘Rasta. Zo noemden we hem altijd.’ – ‘Misschien zag hij de tram niet en poef! Was-ie high,’ vult Mourad aan. ‘Levensgevaarlijk. Maar een hele lieve jongen. Toch Ronald?’ vraagt hij, en is hem meteen voor met zijn eigen antwoord: ‘Tenminste: als hij niks deed. Geen drank, geen drugs. Dan was het een heel goed persoon.’

 

‘Minh! Goeiemiddag!’ Zo komt veegploegleider Mourad alweer binnenstuiven, een dienblad met lege plastic bekertjes op zijn arm. ‘Vijf met melk en suiker en twee zwart zonder suiker. Alsjeblieft!’

 

‘Ja, ik hoor altijd verhalen van hoe het was,’ vertelt Minh ons aan de bar. ‘Hoe het was vóór corona, met iedereen binnen. Veel vrijwilligers van nu weten al niet eens meer hoe dat is, hebben dat nooit meegemaakt. Ze zijn wel hartstikke benieuwd, want dat is toch waar het Koffiehuis voor bedoeld is, denk ik. Het lijkt mij ook wel gezellig eigenlijk, met iedereen erbij.’

Nu wordt vooral van alles naar buiten gedragen. Mourad trommelt zijn mannen weer op, en ook Olaf en Ronald gaan langzaam weer op pad. ‘Nou, de lunch staat alvast klaar hoor,’ zegt Minh ze onder het weggaan. ‘45 kilo! En dat tilt-ie iedere dag mee!’ zegt Olaf bij wijze van afscheid, en sjouwt een tas van een van de dakloze bezoekers naar buiten.

Het Koffiehuis heeft nooit genoeg pakken koffie, en drinkt er graag suiker en melkpoeder in. Wasmiddel en theedoeken zijn ook altijd welkom. (Maandelijkse) financiële giften ontvangt men al net zo graag; op rekeningnummer NL09 ABNA 0254 3388 60.