STOELENPROJECT

De ingang onder de parkeergarage aan de Marnixstraat

Gemeenschappelijke ruimte en slaapzaal

Verdekt opgesteld, onder de parkeergarage aan de Marnixstraat, staat een huisje van hout. ‘STOELENPROJECT’ staat er in blokletters boven de deur, ‘Vol! – Full! – Pelny!’ op een handgeschreven briefje daarnaast. Door een smalle gang komen we terecht in een grote ruimte, met een bonte verzameling posters aan de muur en een ruime bar achterin. Net een voetbalkantine, maar dan eentje van vroeger, met prikborden vol mededelingen, asbakken op alle tafels en koffie uit een thermoskan.

‘The people can still smoke here?’ vraag ik Ronald, de veegploegleider van het Koffiehuis, die hier voorgaande jaren ook betrokken was bij van alles – van het verzamelen van handdoeken voor de douchebeurten, tot het organiseren van de opzichters voor de nacht. En terwijl hij nog eens uitlegt hoe hij de mensen hier, net als bij het Koffiehuis, stap-voor-stap zo ver heeft gekregen om een beetje rekening te houden met elkaar, om hun sigarettenpeukjes toch echt in de asbakken in plaats van in de plantenpotten te stoppen, zien we dat – heel stilletjes – al een aantal bezoekers is binnengekomen.

Wing staat net zijn kluisje in te ruimen, in een hoekje bij de bar, als ik hem aanspreek: ‘English?’ – ‘Yeah, yeah, I try to talk,’ zegt hij lachend en we beginnen een geïmproviseerd gesprek. In 1991 kwam hij van Hong Kong naar Amsterdam en sindsdien werkte hij in allerlei restaurants; in Amstelveen, Diemen en nog een tijd bij een Wok-to-Walk op het Rembrandtplein. Een permanente verblijfsstatus in Nederland kreeg hij nooit. Wing vertelt me iets over gedoe bij de Chinese ambassade, iets dat ik niet helemaal begrijp. ‘Then, four years ago, I went for the first time to the winter shelter.’ Bij de Regenbooggroep kookt hij iedere maandag, dinsdag, woensdag en vrijdag – ‘Ohhh,’ lacht hij er vrolijk bij. ‘The cooking!’ Het lijkt hem nog altijd goed te doen.

Achter de bar vult Henk mokken koffie uit een reservoir. Henk slaapt hier al twee jaar, hij is hier ook vrijwilliger voor de nachtdiensten, vertelt hij ons. ‘Van elf ’s avonds tot acht ’s ochtends. Zorgen dat er ’s nachts geen ongein uitgehaald wordt, dat ’s ochtends het ontbijt klaarstaat, je kent het wel. Ik ben zestien jaar lang nachtreceptionist geweest. Niet in een vijfsterrenhotel, nee, gewoon in een hostel, in de Warmoesstraat. Het begin van het internet heb ik daar meegemaakt: het online boeken, de tijd dat het ècht druk werd in Amsterdam. Alles wat je kunt bedenken, heb ik daar wel gezien. Nu ben ik werkloos en ik wil dat een beetje blijven kunnen doen, de hele nacht wakker blijven.’

Henk loopt nog eens heen en weer achter de bar, vanuit de keuken komen ovenschalen vol warm eten voorbij: het is bijna etenstijd. Aan onze kant van de bar komt Mark bij ons staan. Hij kent iedereen hier bij naam en gezicht, vertelt hij me, was eerst als vrijwilliger betrokken en is ‘daarna blijven plakken’. Mark vertelt over vroeger, over de jaren ’80, best wel een eindje voor zíjn tijd nog. ‘Een armoedige periode was dat. Veel leegstand, veel junkies. In een winter zijn een aantal mensen doodgevroren. Daarop zijn voor het eerst, in het oude Emma Kinderziekenhuis aan de Sarphatistraat, een aantal ruimtes geopend, waar je kon overnachten op een stoel. Al snel daarna is het Stoelenproject ontstaan, in de vorm die we nu nog hanteren.’

Koffie, thee, een warme maaltijd en daarna: de matrassen op de grond. Het is een klassiek beeld, een beeld uit andere tijden bijna. ‘En dat geldt voor het meeste dat we hier doen, dat zou je nu eigenlijk nooit opnieuw zo mogen organiseren,’ zegt Mark als ik mijn gedachten met hem deel. ‘Zo hebben we bijvoorbeeld ook geen registratieplicht. Dus ook al hebben mensen geen paspoort, dan nog kunnen ze hier terecht – iets dat je over de reguliere winteropvang niet kunt zeggen, natuurlijk.’ Het klinkt me bekend in de oren, als het Koffiehuis: een plek voor alleen het allernoodzakelijkste, waar je terecht kunt no matter what.

 

‘Ook al hebben mensen geen paspoort, dan nog kunnen ze hier terecht.’

 

De zaal heeft zich inmiddels gevuld, aan de bar vult Sjors net zijn koffie bij. ‘Laat me raden: jij hebt sociologie gestudeerd,’ valt hij meteen met de deur in huis. Hij heeft ook veel gelezen, vertelt hij me. Mandela, Cleopatra… Wijze lessen uit vroegere tijden. ‘Dat zou je niet zeggen, hè? Voor een jongen van de straat.’ We bespreken literatuur, de klassiekers. De geschiedenis, de grote systemen. ‘Maar wij mensen zijn van nature geneigd elkaar te helpen,’ zegt Sjors. ‘Dat weet ik zeker. Als ik naar de vrijwilligers hier kijk, mensen die hier in hun vrije tijd iets voor andere mensen staan te doen: daar ga je dan toch anders over denken. Als niemand zo zou denken als zij, dan zouden deze plaatsen niet bestaan.’

In een hoekje tegen de muur kijkt een man tv op zijn mobiele telefoon en rookt een sigaret. Hij wil zijn verhaal ook wel bij me kwijt. ‘Maar geen foto’s, geen namen, alsjeblieft. Niemand weet dat ik hier ben.’ Ik vraag hem hoe dat zo gelopen is. ‘Ik werd geboren in de buurt van Thessaloniki, groeide op in Duitsland. Ik heb veel ervaring in de horeca, was assistent-manager bij een restaurant in de Warmoesstraat. Acht euro per uur kreeg ik, inclusief accommodatie: geen verkeerde deal. De kamers voor het personeel waren boven het restaurant. Door het restaurant kwam ik bij mijn kamer en via een zij-ingang ging ik naar buiten – wat we deden, dat mocht eigenlijk helemaal niet. Toen corona kwam werd ik direct ontslagen, en kon ik ook mijn huis wel vergeten. Nu droom ik weer van een eigen studio, een relatie… Dromen voor een jongeman, terwijl ik net 60 geworden ben.’

De man lacht. ‘Dit hier is niet mijn wereld. Maar ik heb niks anders nu. Vanaf volgende week gaat het dicht, maar dan krijg ik gelukkig een sleutel…’ – die wordt hier iedere zomer aan een klein groepje toevertrouwd, is me eerder verteld. Ik wens hem succes en denk aan de Warmoesstraat: hoeveel levens zijn daar wel niet stopgezet? In het midden van de zaal zijn de tafels gezellig aan elkaar geschoven. De meeste borden worden alweer afgeruimd en vele ogen zijn gericht op de tv. Op de toiletten, in het hoekje naast de wasbakken, wast een man zijn voeten bij de kraan.

Het Koffiehuis heeft nooit genoeg pakken koffie, en drinkt er graag suiker en melkpoeder in. Wasmiddel en theedoeken zijn ook altijd welkom. (Maandelijkse) financiële giften ontvangt men al net zo graag; op rekeningnummer NL09 ABNA 0254 3388 60.

Wing voor de kluisjes bij de bar

Mark kent alle bezoekers bij naam en gezicht

Sjors: 'Wij mensen zijn van nature geneigd elkaar te helpen.'